Familie vermogen

Inleiding

U kunt zich voorstellen dat er discussie is geweest waarom we zo snel het boek “Familievermogen” moesten updaten. Het meest eenvoudige argument “er staat 2017 op de voorkant en het is nu 2018” volstond niet, evenmin als dat de 2.000 exemplaren inmiddels zijn vergeven. Overigens vonden wij het een compliment dat de uitgave “vermogensfondsen” bij twee hoogleraren aan de VU verplichte stof is. De werkelijke reden is om bij de les te blijven en kennis te delen.

Het basisprincipe voor portfoliomanagement verandert in beginsel niet, evenmin als de strategische uitgangspunten voor een DGA, familie of vermogensfonds. Wat wel continu verandert zijn de financiële markten, economieën, regeringen, alsmede de fiscale en juridische wetgeving. Die eerste twee factoren hoeven we niet in het boek te verwerken, de laatste drie (vaak) wel.

Een decennia geleden werd vaak scherp aan de wind gezeild, nu is het adagium het voorkomen van een potentieel financieel, juridisch of fiscaal probleem. De laatste paar jaar zijn de veranderende fiscale omgeving en tarieven, het beschermen van de privacy en het UBO register, de begeleiding van de opvolgende generatie, illiquide beleggingen, maatschappelijk verantwoord beleggen en impact investing actuele vraagstukken geworden.

Met name over het laatste onderwerp hebben wij zeer recent gesproken met een aantal deskundigen, waaronder andere Harry Hummels, hoogleraar in Maastricht en Utrecht, met de intentie om gezamenlijk een studie te verrichten. Deze zal vermoedelijk in het eerste kwartaal van het volgend jaar worden afgerond en is te laat om in deze editie op te nemen. Wellicht een valide argument voor een nieuw boek 2019.

Nieuw in deze uitgave is extra aandacht voor de persoonlijke levenssfeer rondom de bescherming van het Familievermogen. Zo hebben we aandacht geschonken aan beveiliging. Ook is een artikel gewijd aan het nut en noodzaak van de verzekering van familiebezittingen.

Uiteindelijk hebben 21 auteurs het oorspronkelijk artikel geactualiseerd en 11 professionals een nieuwe bijdrage geleverd. Zonder de medewerking was het onmogelijk om deze uitgave het levenslicht te laten zien. Graag wil ik iedereen bedanken die heeft meegewerkt om het boek “Familievermogen 2018”, dat wederom tijd en energie heeft gekost van de verschillende schrijvers. Nogmaals dank.

Reyer Hulstein.

Curriculum Vitae (pag. 144)

Thomas Paardekooper, tweede generatie van het familiebedrijf Paardekooper Private Insurance te Bilthoven.

Het verzekeringskantoor richt zich op het verzekeren van vermogende particulieren, ondernemers en families. Thomas is sinds 2011 betrokken bij het familiebedrijf en tevens mede-eigenaar. Daarvoor werkte Thomas als relatiemanager bij private bank Theodoor Gilissen. Hij studeerde economie in Rotterdam en volgde aansluitend een master Bedrijfskunde aan de Universiteit Nyenrode.

In 2013 is Paardekooper een van de mede-initiatiefnemers van het Private Insurance Network. Dit betreft een uniek samenwerkingsverband van vijf gespecialiseerde verzekeringskantoren, gevestigd in zowel Nederland als België. De samenwerking wordt verder onderstreept in het gemeenschappelijke volmacht bedrijf: Private Insurance Assuradeuren.

“Verzekeren kost geld, maar kan kapitalen schelen”.

De term Private Cliënts is inmiddels een gangbaar begrip in Nederland. Banken, vermogensbeheerders, accountants, fiscalisten en advocaten richten zich op deze bijzondere clientèle. De meeste aandacht gaat veelal uit naar het ‘belegd vermogen’ met als eerste prioriteit; behoud van het opgebouwde kapitaal. Bescherming van het (fysieke) bezit blijft veelal onderbelicht. Zorgvuldig opgebouwd rendement kan echter als ‘sneeuw voor de zon’ verdwijnen als de verzekeringssituatie tekort schiet.

Onbewust behoefte aan Private Insurance

Veruit de meeste verzekeraars zijn gericht op het verzekeren van modale bezittingen. Zowel de producten als het serviceniveau zijn hier op ingericht. Naarmate een onderneming, een (familie)bedrijf en het bezit groeien, verandert hiermede ook de levensstijl en inherent hieraan ook de dagelijkse risico’s. Vaak zijn polissen jaren geleden tot stand gekomen bij verschillende instanties en lopen inmiddels uit de pas met de werkelijke situatie. Om een eventuele mutatie of schadegeval snel te kunnen melden blijkt in de praktijk echter dat een bank of verzekeraar soms lastig bereikbaar is en wordt het contact als onpersoonlijk ervaren.

Als er vervolgens bijvoorbeeld meerdere auto’s komen, een kunstcollectie wordt opgebouwd of een tweede huis in het buitenland wordt aangekocht, zijn er bij de meeste verzekeraars beperkte tot geen mogelijkheden om dit soort niet-alledaags bezittingen goed te verzekeren. Er spelen grotere belangen en risico’s. Men realiseert zich dat men de desbetreffende adviseur of maatschappij is ontgroeit en dat men niet meer op dezelfde golflengte zit. De risico’s worden te groot of zijn te complex.

Kwaliteit is abstract, totdat men de voordelen ervaart

De essentie van verzekeren ligt in de gedachte om geen financieel risico te lopen welke men zelf niet kan of wil dragen. Maar als er iets gebeurt, dan dient het wel goed en snel geregeld te worden. Dat is uiteindelijk hét moment van de waarheid. Bij calamiteiten, bijvoorbeeld na een grote brand of inbraak, wil men niet nog eens in de clinch komen te liggen met een verzekeraar. Te laat merkt men dan wat kwaliteit is en ervaart men het verschil tussen ‘jarenlang premie betalen’ of ‘verzekerd zijn’.

Vermogende particulieren hebben andere verzekeringsbehoeften

Vermogende particulieren en families hebben doorgaans andere verzekeringsbehoeften. Een uitvaart, fiets, huisdier of rechtsbijstand hoeven veelal niet meer verzekerd te worden. Dit financiële risico kan immers zelf goed gedragen worden. Naast het niet verzekeren kan ook gekozen worden om kleinere schades zelf te dragen door bijvoorbeeld hogere eigen risico’s te kiezen. Zo geniet men wel een kwalitatief hoogwaardige dekking bij calamiteiten én kan ook een lagere premie worden gerealiseerd. In beleggingstermen; meer rendement.

Overwegingen bepaalde zaken wel / niet te verzekeren

De meeste objecten uit mijn kunstcollectie zijn uniek, moet ik mijn kunstcollectie überhaupt wel verzekeren? Moet ik mijn nieuw aangekochte auto nog wel ‘allrisk’ verzekeren? Dit zijn vaak gehoorde overwegingen. De keuze om de auto wel / niet allrisk te verzekeren heeft ons inziens te maken met een andere component; de premie. Staat de te betalen premie in verhouding tot de risico’s? Meestal is de meerpremie voor de casco-dekking vrij gering en hierdoor kiezen de meeste mensen er toch voor om hun auto allrisk te verzekeren.

Verzekeringsoplossingen

Onderstaand een aantal voorbeelden die veelal minder bekend zijn;

  • Het vakantiehuis in het buitenland in Nederland verzekeren.
  • Maatwerk dekkingen voor een omvangrijke kunstcollectie of autocollectie.
  • Mogelijkheden tot het verzekeren van een naderende belastingclaim van erfrecht.
  • Een verzekering van een autoverzameling met één WA-dekking voor de gehele collectie.
  • De mogelijkheid tot het verzekeren van de dagwaarde van een auto (in plaats van een veel te hoge cataloguswaarde).

Het verzekeren van een grote kunstcollectie

Kunstverzamelaars met een omvangrijke en kostbare collectie, blijken soms, vanwege de hoge jaarlijkse kosten helemaal niet verzekerd te zijn. Alles verzekeren of helemaal niets verzekeren zijn echter twee uitersten. Bij grotere kunstcollecties zijn er vaak maatwerk mogelijkheden om tot een gepaste oplossing te komen. Soms kan een beperkte dekking uitkomst bieden. Voorbeelden hiervan zijn; restauration-only, first-loss, ‘brand’ of ‘locatie’ dekking. Ook kan gekozen worden om het ‘diefstalrisico’ of ‘waardevermindering’ uit te sluiten.

Wanneer bijvoorbeeld een collectie een erfenis betreft kan de verzekeringsbehoefte anders liggen. De behoefte bij de erfgenamen ligt meestal op behoud en het beheer van de collectie. Zo kan bijvoorbeeld het verzekeren van het ‘diefstalrisico’ minder relevant zijn. Immers, als een erfstuk wordt gestolen wordt er waarschijnlijk geen nieuw object aangekocht en derhalve is de behoefte aan schadevergoeding minder noodzakelijk. Een tweede aspect is dat erfgenamen vaak de intentie hebben om de erfstukken binnen de familie te houden. Hierdoor is dekking tegen ‘waardevermindering’ ook veelal minder relevant. Verkoop van de kunstobjecten zal waarschijnlijk toch niet plaatsvinden. Bij omvangrijke collecties kan derhalve gekozen worden om specifieke elementen uit te sluiten waardoor tevens een lagere premiestelling gerealiseerd kan worden.

Uitgelicht; Het verzekeren van een belastingclaim

Bij vererving dient binnen ca. 8 tot 12 maanden na overlijden erfbelasting betaald te worden. Dit is na aftrek van de vrijstelling ca 20% van het vermogen als het wordt overgedragen aan de kinderen. Maar als het vermogen belegd is in bijvoorbeeld aandelen of onroerend goed of anderzijds geïnvesteerd is, kan het vermogen ‘illiquide’ zijn. Dit kan overigens nog versterkt worden als de financiële markten tijdelijk in mineur zijn. Indien het vermogen hierdoor beperkt of in het geheel niet beschikbaar is, kan de ‘timing’ erfbelasting te betalen uiterst ongelegen komen. Het is dan plezierig om gedwongen verkoop hiermee uit te kunnen sluiten door een belastingvrije uitkering uit een overlijdensrisicoverzekering. Deze verzekering kan voor een tijdsperiode naar eigen keuze van 3, 5, 10 jaar of langer afgesloten worden. Dit bedrag kan binnen enkele weken na overlijden al worden uitgekeerd. Het familiekapitaal blijft op deze simpele wijze gehele intact.


Het gehele boek kunt u hier digitaal bekijken.